• 0
    0
  • 0
    0
  • 0
    0

Nieuws

0

Recensie: Inspirerend boek, vol voorbeelden

Werkvonken naar wakkere gemeenschappen – ‘Inspirerend boek, vol voorbeelden’

Er moest een dorpsplan komen, vond de gemeente. En dat moesten de bewoners zelf opstellen. Dus we gingen aan de slag, vertegenwoordigers van wijkcommissies, met de buurtregisseur.

Na vele vergaderingen, enquêtes en bijeenkomsten produceerden wij het gevraagde plan. Dat vervolgens eerst op politieke weerstand stuitte en vervolgens geruisloos in de onderste lade verdween… Zo moet het dus niet meer, vinden veel overheden. Ze gaan opgavegericht werken, luisteren en aansluiten bij waar behoefte aan is. Maar hoe doe je dat eigenlijk? Organisatieadviseur Frans Verhaaren en provincie-directeur Jan van Ginkel schreven een boek vol inspiratie: Werkvonken naar wakkere gemeenschappen.

Van A naar B?

Werkvonken naar wakkere gemeenschappen is het vervolg op het boek Werken aan de wakkere stad, dat op de shortlist stond voor de verkiezing van het Managementboek van het Jaar in 2016. Hierin schreven Verhaaren en Van Ginkel al over de veranderende rol van de overheid in de samenleving. Met hun nieuwe boek willen ze antwoord geven op de vraag: ‘hoe dan?’ Dat doen zij in, zoals ze het zelf noemen, 50 algoritmen voor meervoudigheid. Dat zijn geen algoritmen die precies vastleggen welke stappen op elkaar volgen. Als A, dan B, enzovoort. Integendeel, de belangrijkste lijn van het boek is dat dat juist niet – of niet meer – werkt. De ambtelijke en politieke werkelijkheid niet in de pas met de buitenwereld. Beleid bedenken, vaststellen, uitvoeren en daarna eventueel waar nodig bijstellen past niet bij de snelheid en de behoeften van de samenleving. Zeker niet als alles vanachter de tekentafel gebeurt. Algoritmes zijn in dit boek vooral voorbeelden van handelingsperspectieven.

Postmoderne professionals

De auteurs constateren dat verandering in de relatie tussen overheid en burgers hard nodig is gezien de ingewikkelde maatschappelijke opgaven op het gebied van onder andere zorg, onderwijs en het klimaat. ‘Die problemen zullen niet worden opgelost door wereldleiders, maar door een mentaliteitsverandering bij onszelf: van passieve eenzame consumenten naar actieve, verbonden burgers’, stellen zij. Maar wat is dan nog de taak van de overheid? Die verandert steeds meer van sturen naar faciliteren. De auteurs reflecteren hierop aan de hand van cases uit de praktijk, over onder andere een buurtwinkel, de ontwikkeling van een wijk en sociaal makelaars. Het werk van de overheid vraagt om ‘postmoderne professionals’. Die niet werken met vaste stappenplannen, maar die ‘intelligent doormodderen’, aansluiten bij wat er gaande is, het lef hebben om los te laten en ‘daadkrachtig op hun handen zitten’. Die meer luisteren naar Kairos dan naar Chronos: van geplande activiteiten naar actie op precies het goede moment. Dit alles vraagt ook een nieuwe rol van de politiek: durven gemeenteraden ook los te laten? Ook niet gemakkelijk, zeker niet aangezien de volksvertegenwoordiging in ons bestel het laatste woord heeft en er natuurlijk niet voor niets verkiezingsprogramma’s zijn.

Ongrijpbaar als de werkelijkheid

Werkvonken naar wakkere gemeenschappen is een inspirerend boek, vol voorbeelden, bevlogen beschouwingen en bloemrijke titels en teksten. ‘Bewegen in generatief bewustzijn’, ‘schakelen in meervoudigheid’, ’persisteren op de Plek der Moeite’ en ‘energetische responsiviteit’, om maar een paar voorbeelden te noemen. Het maakt het tot een fascinerend en een tikkie ongrijpbaar boek. Maar dat zou maar precies de bedoeling geweest kunnen zijn van de auteurs. Als Werkvonken naar wakkere gemeenschappen iets glashelder maakt, is het dat de werkelijkheid tenslotte ook best ongrijpbaar is.

Liesbeth Tettero is trainer en coach in het openbaar bestuur: www.publice.nl

Bron: Managementboek.nl

Recensie: Een boek waar de (werk)vonken vanaf vliegen

VNG Magazine nummer 20, 21 december 2018 

Auteur: Rogier van der Wal

In 2015 schreven Frans Verhaaren en Jan van Ginkel een aangenaam prikkelend boek onder de titel Werken aan de wakkere stad, met als ondertitel Langzaam leiderschap naar gemeenschapskracht. Dat boek krijgt nu een vervolg, waarin het wakker maken handen en voeten krijgt in wat de auteurs ‘algoritmes voor meervoudigheid’ noemen, die worden vervat in vijftig korte, puntige ‘werkvonken’.  

In het nieuwe boek veel herkenning, en dat is logisch: we leven nog steeds in tijden van verandering en overheden zoeken naar de beste manier om daar greep op te krijgen. Vaak gebeurt dat laatste nog te veel vanuit de systeemwereld, waarbij de leefwereld er bekaaid van afkomt. Al in hun eerste boek pleitten Verhaaren en Van Ginkel juist voor vitale gemeenschappen en het aanhaken bij en aanwakkeren van gemeenschapskracht. Daarbij past wat ze vierde orde veranderen noemen: niet alleen maar de meubels verzetten, de tent verbouwen of verkassen, maar samen ontwikkeling wakker maken en verder brengen. Langzaam leiderschap is daarvoor het beste, samengevat in de mooie paradox daadkrachtig op je handen zitten. 

Praktijk 
Het nieuwe boek is geschreven op verzoek van diegenen die de auteurs vroegen: maar hoe doe je dat nou in de praktijk, een stad wakker maken? Omdat daarvoor geen uniform recept te geven valt, hebben Verhaaren en Van Ginkel gekozen voor een opbouw in drie delen met concrete suggesties, vervat in wat ze algoritmes noemen, een ander, moderner woord voor de klassieke handelingsperspectieven. Deze vlot geschreven, korte teksten zijn bedoeld ter inspiratie. De auteurs spreken van ‘werkvonken in de maatschappelijke smidse’, wat aansluit bij de hernieuwde belangstelling voor ambtelijk vakmanschap.
In het eerste deel gaat het over werken aan jezelf. Aan de hand van een casus (De Buurtvrouw in Schiedam) worden negen invalshoeken gepresenteerd, die gaan over zelfleren, over generatief bewustzijn en over anders omgaan met tijd. Maar ook over het verlangen dat van alles de bron is, en dat de auteurs vergelijken met een ster die je op koers houdt. Hoe toepasselijk, in kersttijd! 

Frontlijnwerkers 
Deel twee bevat een viertal cases, waarvan er twee spelen in Zwolle, een in Utrecht en een in Amsterdam-Oost. Daaromheen wordt een aantal thema’s aangesneden die vooral te maken hebben met de eigen werk- en leefomgeving: hoe kun je daar het anders handelen vormgeven en verinnerlijken? Ook hier weer het accent op de beweging die er in de leefwereld al is: als je die ziet of leert zien, kun je mooi aansluiten. De frontlijnwerkers gaan voorop, eigenaarschap wordt niet overgenomen maar blijft bij de eigenaren, de aanpak is waarderend en écht uitnodigend en randfiguren fungeren als rolmodellen, juist omdat ze de grenzen opzoeken. Veranderen doe je aan het systeem, niet erin en ook niet erbuiten. Het primaat ligt bij de maatschappelijke opdracht, dus praktijkleren en actieonderzoek gaan voor. Niet vragen ‘wat is er aan de hand’, maar ‘wat is er gaande’ en daarbij aanhaken. Het gaat zeker niet vanzelf of zonder complicaties, maar het devies is: volhouden op de ‘plek der moeite’. 

Leiderschap 
Het laatste deel gaat over leiderschap, maar start met een schets van de nieuwe, responsieve overheid en hoe die zich tot de samenleving verhoudt. Op basis daarvan kom je volgens de auteurs vanzelf tot de wens voor radicaal ander leiderschap: met het accent op uitvoeringskracht (dat zal Tjeenk Willink als muziek in de oren klinken), werkend aan het ‘veruberen’ van de organisatie – willen we dat trouwens echt? Lijkt me een discussie waard – en optredend als leerarchitect en antistollingsexpert. Ook hier twee mooie cases ter illustratie.
Het is weer een buitengewoon (ideeën-)rijk boek geworden. Wie het in de kerstvakantie aanschaft en leest, mag erop rekenen dat er bij hem/haar ook iets gaat vonken. Begin januari leent zich uitstekend voor een bezinningsmoment: grote kans dat het daarna als een lopend vuurtje verder gaat en dat er zo via gemeenschapskracht iets moois ontstaat. (RvdW) 

Rogier van der Wal is docent bestuurskunde aan de Universiteit Leiden in Den Haag. 

Frans Verhaaren & Jan van Ginkel, Werkvonken naar wakkere gemeenschappen. 50 algoritmes voor meervoudigheid, uitgeverij Management Impact – Vakmedianet,            € 34,95 

 

Werkvonken naar Wakkere gemeenschappen. 50 Algoritmes voor meervoudigheid

In januari 2019 verscheen het vervolg op Werken aan de Wakkere Stad: Werkvonken naar Wakkere gemeenschappen. 50 Algoritmes voor meervoudigheid.” 

De auteurs hebben hun intense betrokkenheid bij het vitaliseren van steden beschreven in hun eerdere boek “Werken aan de Wakkere Stad” in 2015. Naast veel enthousiaste reacties kregen zij ook vaak de vraag: “Hoe doe je dat nou concreet, werken aan een wakkere stad?”.

Daar bestaan natuurlijk geen traditionele stappenplannen voor. Maar de auteurs wilden wel aan iedereen, die als bestuurder, ambtenaar, professional of bewoner daadwerkelijk die vitalisering willen aanpakken, een aantal zo concreet mogelijke richtsnoeren en handelingsperspectieven aanreiken. In dit boek worden 50 van die concrete invalshoeken- hier werkvonken of logaritmes genoemd- beschreven. Een deel gaat over vitalisering van jezelf, een deel beschrijft stappen voor professionals en bewoners op straat, en het laatste deel is geschreven voor leidinggevenden en bestuurders.

Het creëren van vitale gemeenschappen in buurten en wijken is niet alleen maar een leuke hobby of een werkwijze, die mooi past bij de huidige beleidskaders Het bouwen aan betrokkenheid en collectieve zelfsturing gebeurt voor de auteurs altijd tegen de achtergrond van grotere maatschappelijke opgaven. Het ontwikkelen van de leefbaarheid in de wijken van vandaag is altijd bedoeld om daarmee ervaring op te doen voor de grotere maatschappelijke uitdagingen van deze tijd: ons energiegebruik, onze klimaatbeïnvloeding, onze voedselproductie, de toenemende afvalberg, de migratiestromen van vluchtelingen op drift, de toenemende grip van de onderwereld op de bovenwereld etc. Die macroproblemen vragen om een internationale aanpak, maar dat gaat langzaam en is niet genoeg.

Er is ook een beweging van onderop nodig om in de microstructuren van leefgemeenschappen een sprankelende atmosfeer te ontwikkelen om samen oog te krijgen voor de vragen die ons allen raken. Wakkere gemeenschappen zijn leerscholen voor solidariteit. Daar kunnen we vandaag oefenen in onderlinge verbondenheid en in het omgaan met meervoudigheid, die nodig zijn om een betere wereld voor onze kinderen na te laten.

 

Op de shortlist van Managementboek van het jaar 2016! “Werken aan de wakkere stad”

MBvhJ_2016_Slist_sRGB_trans_webOp 21 april wordt in Rotterdam de prijs voor Managementboek van het jaar uitgereikt. Werken aan de wakkere stad staat op de shortlist (de vijf beste boeken) van het Managementboek van het jaar 2016. Het onderwerp van het boek wordt verder uitgediept op het event op 16 juni 2016: ‘Werken aan de Wakkere stad – Actief organiseren van gemeenschapskracht’.

Lees hier verder: http://werkenaandewakkerestad.overmanagement.net/

Bespreking ‘Werken aan de wakkere stad’ op Verdiwel

Bespreking ‘Werken aan de wakkere stad’

Er verschijnen steeds meer onderzoeken en andere publicaties waarin wordt geschreven over een onderstroom van nieuwe burgerinitiatieven. Bijzonder aan “Werken aan de wakkere stad” is dat de auteurs Jan van Ginkel en Frans Verhaaren op eigenzinnige wijze aangeven hoe ‘langzaam leiderschap’ de gemeenschapskracht kan versterken. In navolging van Kim Putters van het Sociaal en Cultureel Planbureau zijn de auteurs ervan overtuigd dat de verzorgingsstaat plaats maakt voor een verzameling verzorgingssteden. Daar ontstaat een nieuwe samenleving ‘waarin volgens ons de voordelen van individualisering geïntegreerd worden met de mogelijkheden van kleinschalige leefverbanden en netwerken’.

Al jaren is er niet alleen een economische, maar ook een ecologische crisis: er is een kloof tussen mens en natuur. Een maatschappelijke kloof tussen arm en rijk, zowel op het niveau van staten onderling als binnen staten. Traditionele vormen van organiseren passen niet goed bij goed opgeleide, geïndividualiseerde mensen van nu. En dan is er ook nog een spiritueel-culturele kloof: veel mensen ervaren een gebrek aan zingeving, psychische ziektes nemen toe. Burgers zijn steeds meer verwende, egocentrische consumenten geworden met een gebrekkig normbesef. Volgens Van Ginkel en Verhaaren lopen we tegen de grenzen van het huidige maatschappelijke model. Nederland is in de greep van het consumentisme en burgers, overheid en professionele organisaties moeten zich daaraan ontworstelen. Burgers pakken steeds meer de regie over hun eigen leven. Niet omdat dit goed uitkomt voor de schatkist van het Rijk, maar omdat op die manier een leefbaardere samenleving ontstaat. De leen- of deeleconomie groeit. Burgers pakken steeds meer zaken samen aan. In de visie van de auteurs moet burgerschap niet los worden gezien van haar context: ‘Burgerschap is geen individuele kwaliteit. […] Het gaat niet om burgerkracht, maar om gemeenschapskracht’. Naast beleidsbeïnvloedende participatie wordt zelfredzame burgerparticipatie steeds belangrijker. Zaken als duurzaamheid, gezondheid, veiligheid en opvoeding zullen burgers steeds meer op wijkniveau met elkaar oppakken in vitale gemeenschappen.

In het tweede deel van hun boek beschrijven de auteurs vier bekende ordes van veranderen en vernieuwen. De eerste noemen zij ‘de meubeltjes verzetten’. Het grote doel, strategie en beleid blijven ongewijzigd, procedures worden nauwelijks veranderd. Het gaat hier om kleine veranderingen. De tweede orde is ‘de tent verbouwen’: werkwijzen worden veranderd. ‘Naar een andere stek verhuizen’ noemen zij de derde orde van verandering. Dan is er sprake van bijvoorbeeld een fusie. Alles wordt anders, inclusief doel, strategie en beleid. Maar het roer gaat echt om in de vierde orde: ‘de wijde wereld intrekken’. Daar is geen doel meer, geen weg erheen, maar alleen het bewustzijn van beweging. Die beweging ervaar je als ogenschijnlijke chaos. Bij de eerste drie ordes is sprake van orde scheppen in de chaos, maar in de vierde neem je die ogenschijnlijke chaos voor lief. Er is geen sprake van actief interveniëren, maar van generatief bewustzijn. Presentie gaat vooraf aan interventie – of is interventie! Kijk met liefde naar de stad, dan zie je geen chaos, maar een beweeglijke ordening die aan het ontstaan is, betogen Van Ginkel en Verhaaren. Zelf en geheel vallen samen in een nieuw bewustzijn op een spiritueel niveau.

Leiders van de toekomst werken voor en vooral vanuit de gemeenschap. Zij zijn meesters in de dialoog en beoefenen de kunst van bewustzijnsvergroting. ‘Zij balanceren immers op de grens van de systeemwereld van de organisatie, de politiek en dienstverlening enerzijds, en de leefwereld van de burgers anderzijds.’ De systeemwereld vraagt resultaatsturing, snel en resoluut. De leefwereld vergt sturing op bewustzijn, geduldig en aandachtig. ‘Vierde-orde-leiderschap is daarom langzaam leiderschap: in een maximum aan bewustzijn vormt zich een minimale interventie’.  Het gaat immers om de collectiviteit, om aansluiten bij burgers en organisaties van de stad.

Helaas presenteren de auteurs geen concrete methodiek voor langzaam leiderschap en het ‘wakker maken van de stad’, maar wel een aantal richtlijnen:

  • het openbare domein heeft een kleine, menselijke maat;
  • gemeenschapskracht neemt toe door kwaliteit van verbinding en communicatie;
  • gemeenschapskracht groeit als mensen op hun kwaliteiten en talenten worden aangesproken;
  • gemeenschapskracht begint simpel met het activeren van verbindingen en netwerken in de gemeenschap;
  • gemeenschappen zijn ook economische entiteiten;
  • zelfsturing kan alleen door de gemeenschap zelf gestuurd worden.

Wim Bosch van Travers is zo enthousiast over deze publicatie, dat hij ons tipte om hieraan een bespreking te wijden. Een must voor alle leden van Verdiwel die willen werken aan de wakkere stad!

Bron: Verdiwel

Recensie op managementboek.nl: ‘Werken aan de wakkere stad’

Werken aan de wakkere stad – Naar gemeenschapskracht

Brigitte Koehler | Recensie

Een gemeente die zichzelf als uitgangspunt ziet voor beleid is niet meer van deze tijd. Veranderingen in het sociale domein dwingen gemeenten hier ook toe. Maar hoe geef je vorm aan deze verandering? In hun boek Werken aan de wakkere stad beschrijven Jan van Ginkel en Frans Verhaaren welke kansen en uitdagingen gemeenten moeten aangrijpen om ‘wakker’ te worden.

Het boek Werken aan de wakkere stad van Jan van Ginkel en Frans Verhaaren begint met te constateren dat we leven in een roerige tijd. De kranten berichten bijna wekelijks over de veranderingen in het sociale domein. We zitten in de omslag van een verzorgingsstaat naar een participatiemaatschappij. Burgers moeten meer zelf doen en meer samen doen terwijl we ondertussen te maken hebben met vergaande individualisering. Burgers zijn kritische consumenten die weten wat ze willen, hun rechten kennen en niet te beroerd zijn die te pas en te onpas te claimen.

Jan van Ginkel en Frans Verhaaren pleiten voor het krachtiger maken van stedelijke gemeenschappen. Het belangrijkste obstakel hierbij is dat de oplossingen van gisteren niet geschikt zijn voor de uitdagingen van morgen. Bestuurders, managers en professionals moeten zich los maken van het systeemdenken en de neiging alles te willen regelen en te controleren. Burgers moeten op hun beurt hun individuele consumentenhouding los laten en zich actiever opstellen als lid van de gemeenschap waarin wederkerigheid en gemeenschapskracht centraal staan.

Van Ginkel en Verhaaren schetsen in hun boek een manier om tot die nieuwe samenleving te komen, het ‘vierde orde denken’. Daarin is er geen doel en ook geen weg meer, alleen bewustzijn van beweging. Die beweging ervaar je als een ogenschijnlijke chaos, aldus de auteurs. Meer concreet: je brengt partijen samen, ieder vanuit zijn eigen kracht opkomend voor het eigen belang. Vervolgens kijk je naar wat er gebeurt, hoe het zich ontwikkelt. En met interventies gericht op het proces houd je de beweging op gang. Geen vooraf opgelegde structuren, protocollen en regels, want dat werkt in tijden van verandering alleen maar contraproductief.

Zo’n ontwikkeling vraagt van alle betrokken organisaties en personen de nodige pioniersgeest. Want allerlei vanzelfsprekende uitgangspunten, aannames, handelingen, patronen en reflexen gaan niet meer op. We moeten onszelf samen opnieuw uitvinden. Daar hoort ook een nieuw soort leiderschap en management bij, dat de auteurs ‘langzaam leiderschap’ noemen. Het gaat in de toekomst niet meer om ego-leiderschap, eigen gewin en snel scoren. Leiders van de toekomst, voor zover er nog behoefte is aan leiders, werken voor en vooral ook vanuit de gemeenschap. De belangrijkste taak van de leiders en managers van de toekomst is het wakker maken van gemeenschapskracht. Daarmee hopen de auteurs meteen ook de kloof tussen gemeente, professional en burger te overbruggen.

Dit alles is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het opbouwen van een ‘wakkere stad’ met ‘wakkere burgers’ duurt vele jaren. Veel langer dus dan het kortetermijnperspectief van het volgende beleidsplan of van een gemeentebestuur dat hooguit vier jaar beslaat.

Met hun boek Werken aan de wakkere stad hebben Jan van Ginkel en Frans Verhaaren een uiterst actueel boek geschreven. Wij hebben Jan van Ginkel dan ook meteen uitgenodigd om in onze gemeente meer te vertellen over zijn boek en hoe we hiermee aan de slag kunnen. Dat heeft veel van zijn ideeën voor mij verduidelijkt, want Werken aan de wakkere stad is geen gemakkelijk boek. Ondanks het hoge abstractieniveau raad ik het boek beleidsmedewerkers, managers en bestuurders dringend aan. De nadruk op je samen verder ontwikkelen, van professionals, van gemeenten en daardoor ook van gemeenschappen maken dit een relevant boek.

Brigitte Koehler is Beleidsmedewerker Sociaal Domein bij de gemeente Roermond. 

Bron: www.managementboek.nl